achterbakse collega

Hoe kan ik mijn achterbakse collega aanpakken?

Inhoudsopgave

Soms kom je ze tegen op het werk. Collega’s die er alles aan doen om jou het leven zuur te maken. Ze klagen over je bij anderen, ze proberen je op ieder foutje te betrappen of – nog erger – ze beschuldigen je van dingen die je helemaal niet hebt gedaan. Hoe wapen je je hiertegen? Hoe kun je die achterbakse collega aanpakken?

8 manieren om je achterbakse collega aan te pakken

Heb je een droombaan, maar loopt er één collega rond, die het allemaal voor je verpest, dan lees je hier acht manieren om er iets aan te doen. 

De acht suggesties die ik je wil geven zijn:

1. Beheers je

Waarschijnlijk wil je het liefst wraak nemen. Je zou willen dat je collega net zoveel last van dat achterbakse gedrag heeft als jij. Je wilt hem (of haar) het liefst met gelijke munt terugbetalen: 

  • zout in zijn koffie…
  • zijn stoel wegtrekken als hij wil gaan zitten of 
  • een venijnig zetje tegen de ellenboog als hij met zijn gloeiend hete kopje thee langs je loopt.

Tegelijkertijd realiseer je je dat dit allemaal kinderachtige reacties zijn. En dat is ook zo. De collega die jou op die manier het leven zuur maakt, is kinderachtig. Met zijn “anderhalve hersencel” probeert hij zijn eigen falen te verdoezelen en het erge is dat jij er last van hebt.

In plaats van af te dalen tot zijn niveau, kun je je energie steken in het bedenken van manieren waarop je minder last van hem hebt. Want tussen die daad van pesterij (laten we eerlijk zijn, het is een vorm van pesten) en jouw negatieve gevoel, zit een wereld van gedachten waar je invloed op hebt.

Neem dus afstand, ga er boven staan en probeer je te beheersen.

probeer je te beheersen

2. Vertrouw op jezelf!

Een pestkop weet precies waar jouw kwetsbaarheden liggen.

Als jij twijfelt over je uiterlijk, zal de pestkop roepen dat je haar niet goed zit. Verschijn je met een leuk gestreept bloesje op je werk, dan heb je na de lunch een stickertje met “zebra” op je PC hangen. Ben je niet helemaal zeker over je werk, dan krijg je van hem te horen dat je het “natuurlijk weer verkeerd” doet.

… maar er is helemaal niets mis met je

De ander probeert je aan het twijfelen te maken over jezelf, maar er is echt niets mis met jou. 

Ben je bereid dat te geloven of raak je toch een beetje van de leg door de opmerkingen van die collega? Maakt hij je stiekem een beetje onzeker? Waarom heeft hij zoveel invloed op je? Waarom lukt het je niet je schouders op te halen en het van je af te laten glijden?

3. Laat het negatieve gevoel bij de ander

Registreer wat er gebeurt en kijk of je de negativiteit bij de ander kunt laten.

Ik vind dat Sandra Agendorn dat heel mooi uitlegt in haar online training “De bevrijding”. In haar eerste les tekent ze een ijsberg waarin ze vertelt dat alleen de gebeurtenis en het gedrag zichtbaar is voor jou en je omgeving. 

Daaronder zit een arsenaal aan gedachten die jij hebt over die gebeurtenis, waardoor er een gevoel ontstaat. Dat gevoel heeft dan weer invloed op jouw gedrag.

Dat gaat zo vlug dat het lijkt alsof de gebeurtenis je gevoel veroorzaakt, maar in werkelijkheid zijn het je gedachten over de gebeurtenis die het gevoel veroorzaken.

Voorbeeld:

Gebeurtenis: je collega zegt dat je een fout hebt gemaakt

Jouw gedrag: je krijgt een rood hoofd en je klapt dicht

Jouw gedachten: Helemaal niet waar, hij wil me pakken, stel dat anderen hem geloven, anderen geloven hem vast en zeker, niemand gelooft mij, ik kan het nooit goed doen, ik sta er helemaal alleen voor, ik ga er ook nog van blozen, waarom kan ik niet cool blijven? etc

Gevoel: onzekerheid (waardoor je een rood hoofd krijgt en dichtklapt)

Jouw gedachten vormen een negatieve spiraal waardoor je jezelf steeds meer naar beneden haalt. Dat weet die vervelende collega. Hij geniet ervan dat eerste zetje te geven en je doet zelf de rest

Als jij dat spelletje niet meer meespeelt, ervaart hij geen enkele voldoening meer aan zijn pesterij.

Door niet angstig maar ‘anders’ te reageren, krijgt de ander geen grip op je. Natuurlijk meen je onderstaande reacties niet, maar dat hoeft de ander niet te weten. Je kunt:

  • meepraten (dat nou is vervelend, zeg)
  • prijzen (wat ongelooflijk knap dat je dat ziet)
  • gelijk geven (je hebt gelijk),
  • negeren (doorgaan met waar je mee bezig was of een gesprek aanknopen met iemand anders).

Houd er rekening mee dat de ander daar geen genoegen mee neemt en blijft proberen je van je stuk te brengen. 

Varieer bovenstaande reacties en verzin er nog wat bij. De clou is dat je onvoorspelbaar voor hem wordt. En omdat jij meer bezig bent met een passende reactie, blijf je weg bij je negatieve gedachten over jezelf. Als je het subtiel speelt, breng je de ander zelfs aan het twijfelen.

4. Leg alles vast

Houd een dagboek bij en noteer daarin alles wat zichtbaar is. Met andere woorden, je beschrijft alleen de gebeurtenis en alleen als het nodig is jouw gedrag. Probeer daarin zo feitelijk mogelijk te blijven. 

  • Hij plakte een sticker op mijn computer met de tekst “zebra”. Ik heb een streepjesbloes aan.
  • Duwt me weg bij het koffiezetapparaat en ik duwde terug.
  • Hij zegt dat ik mijn werk nooit af heb.
  • Zet mijn computer uit als ik koffie haal
  • Stoot expres de thee om over mijn bureau en zegt dat het een ongelukje was. Ik werd kwaad.
  • Zegt dat ik fouten maak, ik heb het nagekeken en het is niet waar.
  • Zegt tegen leidinggevende dat ik teveel bel tijdens het werk.
  • Ik heb hem gezegd dat ik niet gediend ben van zijn ‘grappen’, maar hij zegt dat ik geen gevoel voor humor heb.

Als je bij zo’n lijst de datum en tijd vermeld, wordt vanzelf wel duidelijk dat er sprake is van achterbaks gedrag en pesterij.

Voor jezelf en het liefst op een andere plek beschrijf je je gedachten en gevoelens. Het eerste lijstje kun je gebruiken om aan je leidinggevende of aan de vertrouwenspersoon te geven. Het tweede lijstje gebruik je om naar binnen te kijken. Wat gebeurt er allemaal in jouw hoofd dat niet zichtbaar is voor anderen?

Opmerking

Men ziet alleen wat zichtbaar is. De omgeving ziet alleen jouw woede als je collega de thee omstoot. Als die collega dan ook nog zijn excuses aanbiedt, is het volslagen onduidelijk waarom jij zo kwaad wordt. 

Opeens wordt jouw gedrag veroordeeld, terwijl die achterbakse collega mooi weer speelt en de boel nog eens groter maakt (“Nou zeg, ik bied toch mijn excuses aan. Jij reageert altijd zo overdreven!”), waardoor jij helemaal alleen komt te staan.

Door een lijstje bij te houden van alle pesterijen wordt voor jezelf en anderen duidelijk wat er werkelijk aan de hand is. 

5. Ga op onderzoek uit

Een pestkop zaait angst. Zijn specialiteit is mensen bang en onzeker te maken. Hierdoor kan hij heel veel macht uitoefenen. Vaak anderen niet te vertellen dat ze ook worden gepest, of nog erger, om pijn te voorkomen doen ze mee met het pestgedrag. 

Pesten kan dan een cultuur worden op jouw afdeling. Als dat het geval is, werk je in een giftige omgeving. De werkomstandigheden zijn dermate verziekt dat je je af kunt vragen of jij daar nog wel kunt en wilt functioneren.

Maar misschien zijn er mensen die het gedrag herkennen en zich er ook aan storen. In dat geval sta je er niet alleen voor en kunnen jullie met elkaar iets ondernemen tegen het pestgedrag.

6. Roep hulp in om de pester aan te pakken

Als er collega’s zijn die het vervelende gedrag herkennen en zich er ook aan storen, kun je kijken of er mensen zijn die je willen helpen. Samen naar een leidinggevende stappen is een goede optie. 

Bedrijven horen een vertrouwenspersoon in dienst te hebben bij wie je kunt aankloppen als er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. 

Ten onrechte denken veel mensen dat dit gedrag alleen te maken heeft met ongewenste intimiteiten. Pesten is ook grensoverschrijdend. Ga dus op zoek naar de vertrouwenspersoon in jouw organisatie en vraag daar om hulp. Jullie kunnen dan samen op zoek naar een passende oplossing.

Als je lid bent van een vakbond, kun je ook bij hen om raad vragen. 

7. Dien een klacht in

Voor een officiële klacht is het vaak voldoende dat je het probleem schriftelijk indient bij je leidinggevende en vraagt of er actie ondernomen kan worden. De actie is dan afhankelijk van de situatie, maar eigenlijk nooit leuk.

Als je alleen staat in jouw gevoel, kan men je vragen om met bewijzen te komen (daar is dat dagboek dus handig voor) of men laat blijken dat men aan je twijfelt (ja, maar jij reageert ook altijd zo overdreven!).

Vaak wordt er een mediator ingeschakeld, die een gesprek met jou en de pester wil voeren. Hoewel een mediator erop getraind is om pestgedrag te herkennen, kun je het gevoel krijgen dat je achterbakse collega veel beter kan praten dan jij.

Een pester, of nog erger een narcist, is verschrikkelijk goed om kleine onderdelen uit jouw verhaal te halen, deze te vergroten en te gebruiken als bewijs dat jouw hele verhaal rammelt. 

Een goede mediator herkent deze techniek, maar ook jij moet je daar niet door uit het lood laten slaan.

8. Doe een (online) weerbaarheidscursus

In plaats van te zinnen op wraak of naar een andere baan om te zien, kun je overwegen een training te volgen om jezelf weerbaarder te maken.

Als coach ben ik positief verrast door “De bevrijding” van Sandra Agendorn. Ik volg de werkwijze die zij aanbiedt regelmatig in mijn eigen coachingstrajecten. Vooral als ik te maken heb met mensen die niet goed in hun vel zetten als gevolg van stress of pestgedrag.

Deze training is vooral geschikt voor (hoog)gevoelige vrouwen, die zich te veel laten beïnvloeden door de oordelen van anderen en daardoor een makkelijk slachtoffer worden van achterbaks en/of narcistisch gedrag.

Je leert om te leven naar je eigen waarden, te doen wat je zélf wit en te zijn wie je werkelijk wilt zijn.

Vrouwen die de training hebben gevolgd ervaren:

  • Opluchting
  • Bevrijding
  • Een gevoel van direct kunnen loslaten
  • Luchtiger denken
  • Mentaal sterker zijn zonder krampachtig positief gedoe
  • Makkelijker om kunnen gaan met tegenslagen

Meer lezen:

Door gebruik te maken van deze website stem je in met het cookie-beleid.