Het is inmiddels veertig jaar geleden, maar ik voel de ontreddering nog als ik eraan terugdenk. Ik stond huilend voor de klas. Van de ene op de andere dag knapte het elastiekje. Totale paniek.
Ik was een goede leerkracht en juist daarom schaamde ik me kapot. Dit overkwam andere mensen, toch niet mij? We noemden het destijds nog ‘overspannenheid’, maar de impact was precies hetzelfde als wat we nu een burn-out noemen.
Ik wilde dat het wegging. Het paste niet bij het beeld dat ik van mezelf had.
Wat ik toen nog niet begreep, maar later als leidinggevende zo vaak om me heen zag: een burn-out gaat zelden alleen over werk. Het is bijna nooit die ene te volle mailbox of die ene strakke deadline. Het is de optelsom.
Toen ik uitviel, zat ik midden in een verhuizing, midden in mijn coming-outproces — én begon mijn moeder, altijd een sterke en onafhankelijke vrouw, zich steeds afhankelijker van mij op te stellen. De werkdruk in het onderwijs was hoog, maar het was de combinatie van alles die het elastiekje liet knappen. Mijn bordje was simpelweg te vol.
Waarom schoolleiders zichzelf voorbijlopen
Jaren later, als manager in het bedrijfsleven en daarna als directeur in het onderwijs, zag ik dit patroon steeds opnieuw. Juist bij de mensen die alles gaven. Degenen die het lerarentekort oplosten, die de boze ouders opvingen en de conflicten susten. Die doordraaiden op pure adrenaline en verantwoordelijkheidsgevoel.
Bij schoolleiders is dat risico groot. Je bent de spil waar alles om draait. En omdat je de baas bent, word je geacht de controle te hebben — over jezelf, over je team, over de situatie. Altijd.
En daar zit precies de valstrik. Een burn-out ontstaat vaak niet omdat de druk te hoog wordt, maar omdat we als reactie op die druk nóg harder gaan proberen de schijn op te houden. We zetten een masker op, dragen de last alleen — totdat het systeem weigert.
De vraag die mij heeft gered
Ik heb na die ene keer nooit meer een burn-out gehad. Niet omdat mijn leven daarna rimpelloos verliep — ik heb genoeg zware en chaotische periodes meegemaakt, zowel in het onderwijs als daarbuiten. Maar ik had één cruciale les geleerd.
Ik heb altijd een keuze.
Wanneer de chaos om je heen groot is, verlies je de controle over de buitenwereld. Dat is een gegeven. Maar de regie krijg je terug door jezelf — ook in de meest hectische momenten — te vragen: Welke keuze heb ik híér, op dit moment? Hoe reageer ik? Wat laat ik los? Waar zeg ik nee tegen?
Echt persoonlijk leiderschap betekent dat je de illusie van controle loslaat en kiest voor eigenaarschap over je eigen binnenwereld. Als schoolleider hoef je niet de onfeilbare held te zijn die alle gaten dichtloopt. Je mag mens zijn. Je mag om ondersteuning vragen.
Loslaten in de praktijk: een les uit de coronatijd
De coronaperiode was voor veel schoolleiders een slopende tijd. Ook bij mij stonden ouders lijnrecht tegenover elkaar — de één oprecht bang voor besmetting, de ander ervan overtuigd dat het allemaal een complot van de overheid was. De druk om iedereen tevreden te stellen was enorm. Maar dat was precies wat ik niet deed.
Ik heb ouders helder gemaakt dat we ons als school hielden aan de geldende regels — niet meer en niet minder. Dat ik begreep dat niet iedereen daar hetzelfde over dacht. En dat ik hen uitnodigde om met elkaar in gesprek te gaan, in plaats van te strijden voor eigen gelijk.
Ik loste het probleem niet op. Ik nam de spanning niet weg. Maar ik koos bewust voor wat ik wél kon doen — en dat was genoeg. Soms is dat precies wat leiderschap is.





